Physharmonica Solo
Physharmonica + ...
Voor beginners
Componisten
Switch to English

2 Adagios, Op.225

Componist: Kalivoda Jan Václav

Instrumenten: Piano Physharmonica

Tags: Adagio

#Partijen

Partijen voor:

Physharmonica
Alle
Wikipedia
Jan (Křtitel) Václav Kalivoda (Duits: Johann (Baptist) Wenzel Kalliwoda) (Praag, 21 februari 1801 - Karlsruhe, 3 december 1866) was een Tsjechisch-Duitse componist, dirigent en violist.
Kalivoda studeerde al op 10-jarige leeftijd aan het Praags conservatorium viool bij Bedrich Vilem Pixis en muziektheorie en compositie bij Bedřich Dionýsius Weber (1766-1824). Op 14-jarige leeftijd maakte hij zijn debuut als vioolsolist. Daarna behoorde hij als violist van 1816 tot 1821 bij het orkest van de Opera te Praag (Stavoshe Theater orkester) dat toen nog onder leiding van Carl Maria von Weber stond.
In 1821 huwde hij de zangeres Therese Brunetti (1803-1892); zij kregen acht kinderen.
Concertreizen brachten hem 1821 en 1822 naar Linz en München.
In 1822 werd hij als opvolger van Conradin Kreutzer hofkapelmeester bij vorst Karel Egon II van Fürstenberg en zijn zonen in Donaueschingen. Bij deze functie behoorde niet uitsluitend de muziek aan het hof en de kerkmuziek, maar ook de stichting van een zangschool, jaarlijkse concertreizen en reizen voor de verdere muzikale ontwikkeling en opleiding. Behalve als goed violist werd hij ook bekend als dirigent van het orkest aan het hof. Onder zijn leiding ontwikkelde het orkest een zeer hoog niveau van spelen en interpreteren.
In deze functie bleef Kalivoda werkzaam tot 1866 toen hij met pensioen ging. Hij vertrok naar Karlsruhe en overleed daar korte tijd daarna aan het gevolg van hartklachten. In Karlsruhe is een straat naar hem genoemd.
Kalivoda was een zeer productief componist en bij collega's uit zijn tijd, zoals Robert Schumann, geacht. Hij heeft honderden werken geschreven, daarvan hebben maar slechts 250 een opusnummer. Kalivoda schreef twee opera's, werken voor orkest (zeven symfonieën, vierentwintig ouvertures) en koor, kerkmuziek, honderdvijftig liederen en kamermuziek.
Zijn zoon Wilhelm Kalliwoda (1827-1893) werd ook componist en was kapelmeester aan het hof van de Groothertog van Baden in Karlsruhe.